fbpx

Hoe ruim 25 jaar medische kennis jou helpt om wel je incontinentie te stoppen

zelfs als de oefeningen van je huisarts en bekkenfysiotherapeut niet hebben geholpen.

Mijn verbazing

Wist je dat de helft van alle vrouwen in hun leven last heeft van urineverlies? Dat is 1 op de 2 vrouwen! En wist je dat dat maar een derde van die vrouwen naar de huisarts gaat? We accepteren urineverlies, uit schaamte of omdat we denken dat het er nou eenmaal bij hoort. Helemaal als je kinderen hebt of als je in de overgang komt. Er zijn zelfs reclames die doen alsof je problemen zijn opgelost als je incontinentiemateriaal draagt. Maar dat is natuurlijk niet waar. Er heerst dus een fors taboe en de maatschappij lijkt te klakkeloos te accepteren dat je als moeder niet hoeft te verwachten nog ‘droog’ trampoline te kunnen springen. Je urineverlies wordt steeds wat erger en je gevoel van vrouwelijkheid verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Meer dan 25 jaar aan medische kennis

Dr. Erna Beers (1973) is arts, wetenschapper, klinisch farmacoloog en seksuoloog in opleiding. Ze vertelt over haar achtergrond:

“Tijdens mijn puberteit ben ik een jaar ziek geweest. Het was onduidelijk wat er precies aan de hand was. De ‘gewone’ dokters konden me niet verder helpen en dus kwam ik bij een ‘alternatief’ therapeut.

Binnen onvoorstelbaar korte tijd was ik weer de oude.

Dat intrigeerde me enorm, waardoor ik me ging verdiepen in de complementaire geneeskunde. Ik wilde alternatief therapeut worden. Mensen helpen hun oude balans te vinden of, als dat niet kon, een nieuwe balans te vinden.

Mijn huisarts drukte me op het hart om geneeskunde te gaan studeren, zodat ik een erkend beroep zou hebben. Ik besloot zijn advies op te volgen.

 

Het samenspel tussen lichaam, geest en achtergrond van de mens

Bevlogen stortte ik me op de studie. Het samenspel tussen lichaam, geest en de achtergrond van de mens interesseerde me heel erg.

Dat samenspel dacht ik te vinden in de psychiatrie. Na mijn artsexamen ging ik in de psychiatrie werken en kon gaan specialiseren tot psychiater. Ik kreeg alleen steeds meer twijfels.

De psychiaters in de instelling waar ik werkte, spraken nauwelijks met hun patiënten. Ze zagen de patiënten als ze pillen gebruikten en verder waren ze vooral met het beleid bezig. De psychologen voerden de gesprekken die ik wilde met de patiënten.

Na twee jaar twijfelen besloot ik dat dit niet was wat ik wilde.

Ik werkte hierna bij Lareb, een bedrijf dat onbekende bijwerkingen van medicatie opspoort.

Ik raakte gefascineerd door de werking van geneesmiddelen op receptorniveau: ik kon bijwerkingen verklaren, voorspellen en voorkómen door rekening te houden met de werking van medicatie.

Wat ik verder ontdekte, is dat veel ‘alternatieve’ preparaten wel degelijk werkzame stoffen bevatten.

 

Kennis delen = Erna

Mijn kennis deelde ik in die tijd door heel veel onderwijs te geven aan studenten geneeskunde, farmaciestudenten, aan artsen, apothekers, psychologen en verpleegkundig specialisten.

Ook schreef ik veel over bijwerkingen, in het bijzonder van medicatie voor psychiatrische aandoeningen.

Ik adviseerde steeds meer artsen en apothekers wat ze moesten doen als ze een patiënt met een bijwerking hadden. Zo was ik toch nog bezig om patiënten te helpen. Dat voelde goed.

Aansluitend ben ik promotieonderzoek gaan doen, een lang gekoesterde wens, en de opleiding tot klinisch-farmacoloog. Ik werd een dokter met nog meer kennis van medicatie. Een beetje tussen arts en apotheker in.

 

Tot in de Tweede Kamer

In 2014 rondde ik die periode af in mijn